Plantaantasters in verschillende tuinen

Plantaantasters in verschillende tuinen

Bladaaltjes

Leven op en in plantdelen boven de grond. Zuigen aan planten voor voeding. Kunnen korte periode in de grond overleven. De ontwikkeling van ei tot volwassen dier duurt 10-13 dagen.

Bladgalmug

Leven met 3 generaties per jaar. De eerste verschijnen in april. Ze leggen direct eieren en deze komen na 3-5 dagen uit. Schade is herkenbaar aan het niet uitvouwen van bladeren.

Bladluis

Leven met 15 tot 20 generaties per jaar. Zijn plantetende dieren die zich met te stekende en zuigende monddelen voeden met sappen. Wordt meestal niet groter dan 5 mm.

Bladroller

In Nederland komen er bijna 370 soorten voor. De rups rolt vaak een blaadje op en leeft hierin. Er zijn zelfs soorten die gaten boren in stengels of gallen veroorzaken. Zijn tussen de 8 en 40 mm.

Bladvlooien

Legt in het najaar eitjes in de toppen van planten als overwinteringsvorm. Zijn 1,5 tot 5 mm groot en hebben vliezige vleugels. Eieren worden in het plantenweefsel afgezet.

Dopluis

Leven met 6-7 generaties per jaar. Schadeherkenning waar verkleuringen ontstaan, groeiremmingsvertoningen en misvormingen aan de bladeren. Zitten in verscholen plekken in het gewas.

Gegroefde lapsnuitkever

Zijn 9-11 mm groot. Jonge planten kunnen ernstige schade vertonen door aantasting. Sterk gegroefde, korrelige dekschilden, bolle achterlijf en verlengde kop.

Mijt

Leven met 4 generaties per jaar. Zijn 0,1 tot 1 mm groot. Zuigen aan de onderkant van het blad. De bladeren vertonen dan gele vlekjes met later gele bladeren als resultaat.

Mineervlieg

Zijn 2 tot 6,5 mm groot. Larven boren gaten in bladeren, stengels en wortels van planten. Voedings- en eistippen geven schade aan het gewas. Larve vreet zich met een slingerende gang door het blad.

Rups

Een rups is een larve van een vlinder. Een rupsenleven kan 9 tot 10 maanden duren. Kleine rupsen eten de onderkant van het blad. Grotere rupsen eten het hele blad.

Slakken

Slakken zijn de enige weekdieren die op het land leven. Herkenbare schade door vraatschade en onregelmatige schade. Er zijn wereldwijd zo´n 60.000 tot 75.000 soorten bekend.

Spint

Herkenbare schade door gele stippen aan de bovenkant van het blad en gaten in plantenbedden. Volwassen zijn ze een 0,5 mm groot. In één seizoen zijn 6 tot 8 generaties actief.

Trips

Californische trips zorgt in de tuinbouw voor veel schade. Zitten in de groeipunten waar ze groeiremming en misvorming veroorzaken. Je vind ze vaak op de onderkant van de bladeren. Kleine, smalle insecten.

Bladvlekken

Herkenbare schade door donkere en grijze vlekken met vaak een gele rand op het blad. Verspreidt zich in natte omstandigheden.

Botrytis

Grauwbruine vlekken op het blad die zich uitbreiden onder natte omstadnigheden. Beschadigde plantdelen worden snel aangetast.

Echte meeldauw

Eerst ontstaan witte poederachtige vlekken. Later bedekken ze het hele bladoppervlakte. Herkenbare schade in het voorjaar op net uitgelopen planten. Kan zich in droge periode uitbreiden.

Hagelschot

Herkenbare schade door paarsachtige vlekjes op de bladeren. Later gaten in de bladeren. Breidt zich uit onder natte omstandigheden.

Phytophthora cinnamomi

Komt voor in de grond en in plantendelen. Breidt zich uit doormiddel van water. Komt vaak voor in natte delen. Veroorzaakt wortel- en voetrot.

Pythium

Fijne wortels verslijmen en er treed natrot op. De schors valt eraf en kan makkelijk worden afgestroopt. Kenbare schade door wortelrot en een rotte plek op de stengelvoet.

Rhizoctonia

Herkenbare schade, overdag slappe planten en ´s nachts herstellende planten. Op het grensvlak van de lucht/grond wordt het plantenweefsel bruinzwart. Daarna verschijnt grijs spinwebachtig weefsel.

Roest

Herkenbare schade door gele vlekjes en aan de onderzijde bruinzwarte wintersporenhoopjes. Houdt van een warm en vochtig klimaat.

Schurft

Veroorzaakt vroegtijdige bladval en vruchtverruwing. Treedt op als het blad bij 16-24 graden 6 uur nat is. Op de vruchten zijn bruinzwarte wollige vlekken te zien. Verspreidt zich door besmette afgevallen bladeren.

Sterroetdauw

Herkenbare schade door bruinzwarte uitstralende vlekken. Aangetaste bladeren vergelen en vallen af. Versreidt zich in natte periode doormiddel van regenspatten. Overwintert in afgevallen bladeren.

Taksterfte

Herkenbare schade, tijdens en vlak na de bloei sterven bloesem en jonge scheuten af. Verspreidt zich doormiddel van de wind.

Valse meeldauw

Herkenbare schade door witte poederige vlekken op de onderkant van het blad. Vochtige omstandigheden zijn nodig om te ontkiemen.