Anti tumor

Aandoening:
Medische naam:
Symptomen:
Anti tumor
Anti tumor

 

Abrus precatorius
Arctium lappa
Canavalia gladiata
Carthamus tinctorius
Gentiana leoreirii
Hypericum japonicum
Ligustrum lucidum
Lonicera japonica
Paeonia suffruticosa
Perilla frutescens
Phytolacca esculenta
Platycodon grandiflorum
Poria cocos
Ricinus communis
Sophora japonica
Vraag een natuur therapeut of een dokter voor behandeling met één van deze planten. Er zijn meerdere therapieën beschikbaar in Nederland.
Tumor is het Latijnse woord voor zwelling. ‘Tumor’ wordt door leken vaak gebruikt als synoniem voor kankergezwel, maar de medische termneoplasme‘ (‘nieuw-vorming’) is daarvoor correcter. Een tumor kan zowel goedaardig als kwaadaardig zijn; alleen in het laatste geval is sprake van een cancereuze aandoening.
Zwelling op of in het lichaam kan dan ook verschillende oorzaken hebben: toename van vocht, ongecontroleerde (lichaamsvijandige) toename van het aantal cellen, of een combinatie van beide. Een buil op het hoofd na een val bestaat voornamelijk uit oedeem, misschien gecombineerd met rode bloedcellen door een bloeduitstorting. Bij een ontsteking zoals een steenpuist is er sprake van oedeem, ontstekingscellen en pus. Bij een atheroomcyste is er een holte gevuld met een talgachtig materiaal. Ook een huidwrat is een (goedaardige) tumor, en ten slotte zijn er ook de kwaadaardige tumoren: de kankergezwellen.
De vijf klassieke kenmerken van een ontsteking zijn:

64 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Mond-, hoofd- en longaandoeningen

Deze mond-, hoofd- en longaandoeningen zijn te gebruiken volgens vele handboeken over kruiden. De volgende gegevens zijn dan ook verzameld uit verschillende boeken over kruiden en aandoeningen.

Mondwater

  • Acacia catechu
  • Acacia nilotica
  • Achillea millefolium
  • Potentilla anserina

 

Mond- keelholte en ontstekingen

  • Potentilla erecta

 

Mond- en keelholte

  • Lonicera carpifolium
  • Psyllium arenarium

 

Koorts

  • Aconitum napellus
  • Cananga odorata
  • Cornus officinalis
  • Durio zibethinus
  • Hierochleo odorata

 

Slapeloosheid, tandvleesinfectie, slijmvliesontsteking

  • Crataegus monogyna

 

Slapeloosheid, verkoudheid

  • Cupressus cymimum

 

Ophoestbevorderend

  • Alliaria patiolata

 

Anti-hoest middel

  • Althaea officinalis

 

Keelontsteking

  • Ammi majus
  • Anacyclus pyrethrum

 

Keelpijn

  • Capsicum frutescens
  • Eriodictyon califormicum

 

Ademhalingsproblemen

  • Cedrus atlantica
  • Cedrus libani

 

Anti-psychose, anti-hoestmiddel

  • Anagallis arvensis

 

Tandenstokers

  • Ammi visnaga

 

Hoest

  • Adiantum capillus-veneris
  • Alstonia scholaris
  • Aralia racemosa
  • Aspidosperma quebracho-blanco
  • Catraria islandica
  • Chenopodium ambrosioides
  • Dorema ammoniacum
  • Erica tetralix
  • Eucalyptus globulus
  • Heracleum sphondylium
  • Illicum verum

 

Droge hoest

  • Datura stramonium

 

Koorts ontsteking in de mond

  • Alnus glutinosa

 

Griep

  • Artemisia genipi

 

Slapeloosheid

 

 

Verkoudheid

  • Adiantum capillus-veneris
  • Artemisia genipi
  • Ephedra sinica
  • Eriodictyon califormicum
  • Eucalyptus globulus
  • Forsythia suspensa

 

Ontsteking in mondholte

  • Nymphaea alba

 

Koortsverlagend

  • Bupluerum chinense
  • Ilex aquifolium

 

Hoofd- en oorpijn

  • Cestrum parqui
  • Cola acuminata
  • Ilex paraguariensis

 

Kiespijn, keelpijn

  • Echinacea angustifolia
  • Gerianum robertianum

 

Gorgeldrank bij ontsteking

  • Commiphora myrrha

 

Verminderd knoflook geur na het eten

  • Coriandrum sativum

 

Koortsverlagende tinctuur

  • Cornus mas

 

Hoest verlichten

  • Ficus caria

 

Afkooksel tegen koorts

  • Afkooksel tegen koorts

 

Ontsteking mondholte

  • Geum urbanum

 

 

75 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Supplementen producten

Falafel Mix Peijo Paprika – Bio
Wilmersburger Hartige Plakjes- Sojavrij
BioBurger Mix met Groenten – Bio
Billy’s Farm Tarwestroopwafels – Bio
Upton’s Naturals Original Jackfruit
Wheaty Vegan Kebab Döner- Bio
Soyananda Plantaardige Zure Room – Bio
Vegan Island Zuivelvrije Spread met Bieslook

Mede mogelijk gemaakt door http://www.veganmission.nl/

80 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Verstopping

Constipatie of obstipatie, in de spreektaal ook wel verstopping genoemd, is de medische term voor een vertraagde of moeizame defecatie (stoelgang). Gemiddeld heeft zo’n 15% van de bevolking er last van. Constipatie komt vaak voor bij het prikkelbaredarmsyndroom.

Inhoud

Oorzaken
Gunstige voedingsgewoonten
  • Elke dag een of twee glazen lauwwarm water drinken. Daarnaast is het belangrijk elke dag voldoende vocht te drinken: minimaal 1,5 liter per dag.
  • Op vaste tijden naar het toilet gaan. De darmen houden van regelmaat.
  • Voldoende lichaamsbeweging.
  • Geen chocolade, snoep, kaas, eieren en producten bereid uit witmeel eten.
  • Rauwe, verse groente, bonen, linzen, erwten en sojabonen eten.
  • Meer vezels eten: uit vers fruit, zilvervliesrijst, muesli, volkorenproducten, gedroogde abrikozen, vijgen, dadels, pruimen, ongezouten noten, enz. Ook kan het helpen aan de maaltijd een eetlepel tarwezemelen toevoegen, bijvoorbeeld door het dessert heen. Eventueel kan bij een broodmaaltijd extra enzymen worden geslikt (verkrijgbaar als voedingssupplement).
  • Inname dierlijke vetten beperken.
Bij constipatie is het heilzaam goed op bovenstaande factoren te letten. Tegen constipatie kan men ook een laxeermiddel voorgeschreven krijgen, dit wordt zo beperkt als mogelijk gedaan opdat de darmwerking niet verder ontregelt. Zeker bij kleine kinderen zal het gebruik van laxeermiddelen zo lang mogelijk uitgesteld worden.
Behandeling met laxeermiddelen
In het algemeen geldt dat men laxeermiddelen niet gedurende een lange tijd dient te gebruiken. Langdurig gebruik kan juist aanleiding geven tot het ontstaan van constipatie. Bulkvormers en osmotisch werkende middelen kunnen sommige vormen van constipatie (bijvoorbeeld in geval van een megacolon) verslechteren.
Geneeskundige behandeling
Sacrale neuromodulatie heeft bewezen een veilige en mogelijk effectieve therapie te zijn voor idiopathische obstipatie als conservatieve behandelingen niet werken of moeilijk te verdragen zijn.[1]
Trivia
  • Verstopping komt op grote schaal voor, 1 op de 3 personen heeft er weleens last van.
  • Cafeïne heeft een stimulerend effect op de darmen. Een kop koffie kan dus stimulerend werken op de darmen. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, is koffie niet dehydrerend.
  • Er hoeft geen sprake te zijn van verstopping als iemand niet elke dag ontlasting produceert. Sommige mensen hebben ‘slechts’ 3 à 4 maal per week ontlasting en voelen zich prima daarbij.
  • Verstopping is niet leeftijdafhankelijk, het komt voor van jong tot oud.
  • Vrouwen hebben gemiddeld genomen twee keer zo vaak last van constipatie als mannen. Ook komt het tijdens zwangerschap vaak voor.
  • Diarree kan een gevolg zijn van verstopping. De dunne ontlasting loopt dan langs het geblokkeerde deel van de dikke darm.

103 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Spijsvertering

Spijsvertering of digestie betekent het verteren van voedsel (spijs) tot stoffen die door het lichaam kunnen worden opgenomen. Het ingenomen vreemde plantaardige of dierlijke celweefsel verliest gedurende de spijsvertering zijn specifieke cellulaire karakter. De uit de vreemde weefsels vrijgekomen koolhydraten (polysachariden, met name zetmeel) worden tijdens de spijsvertering afgebroken tot de monosacharide glucose, dat vervolgens via de bloedbaan naar de cellen in de verschillende weefsels wordt vervoerd. In de weefselcellen wordt de glucose omgezet in energie of tijdelijk opgeslagen als glycogeen. De twee andere soorten vrijgekomen biopolymeren (eiwitten en DNA) worden eveneens tot hun bouwstenen afgebroken (aminozuren voor eiwitten, o.a. purinen voor DNA). Na transport via het bloed worden deze bouwstenen in de cellen weer gebruikt voor de aanmaak van lichaamseigen eiwitten en DNA.
Het spijsverteringskanaal omvat buizen en lichaamsholten waarin het spijsverteringsproces plaatsvindt. In het maag-darmkanaal wordt het voedsel (de spijsbrij) voortgestuwd en knedend gemengd met de spijsverteringssappen door beweging van het spierweefsel van de darm: de peristaltiek.
Ingenomen voedsel legt bij de mens de volgende weg af (de nummers corresponderen met de afbeelding):
  • Mond (5): in de mond wordt het voedsel door het gebit in kleine brokjes vermalen en komt het voedsel in aanraking met speeksel. Hierin zitten bepaalde enzymen (zoals amylase) die al beginnen met het omzetten van voedsel naar voedingsstoffen. Amylase breekt zetmeel af. Hierdoor ontstaat maltose, een disacharide, die uiteindelijk verder wordt gesplitst in twee glucose-monomeren. Ook vindt hier de absorptie plaats van ingenomen alcohol
  • Slokdarm (11): de route van de mond naar de maag. Hier wordt de zetmeelvertering voortgezet. Hier vindt tevens de absorptie plaats van ingenomen alcohol.
  • Maag (15): de maag trekt samen en mengt daardoor het voedsel. Door het zure milieu dat hier heerst, gaat een groot deel van de met het voedsel meegekomen bacteriën dood, en wordt het speekselamylase geïnactiveerd. De epitheelcellen in de maagwand produceren zoutzuur (HCl/maagzuur) en pepsinogeen, een pro-enzym. Onder invloed van zoutzuur wordt pepsinogeen omgezet in peptase, dat eiwitten afbreekt in kortere koolstofketens (polypeptiden). In de maag vindt tevens de absorptie plaats van ingenomen alcohol en aspirine.
  • Twaalfvingerige darm (19): sappen uit de alvleesklier neutraliseren de zure massa die uit de maag komt. Daarnaast zorgen de galzuren uit de galblaas voor het emulgeren van vetten zodat ze door lipase omgezet kunnen worden in vetzuren en glycerol.
  • Dunne darm (20): in de dunne darm zitten de darmvlokken. Deze nemen voedingsstoffen op in het bloed.
  • Dikke darm (23): de dikke darm neemt de laatste voedingsstoffen op, zoals galzouten, elektrolyten en water.
  • Endeldarm (29): laatste uiteinde van de dikke darm, verzamelplaats voor de ontlasting.
  • Anus (30): opening aan het eind van de endeldarm. Onverteerbare resten van de voeding en afvalproducten van de lever worden hier circa eenmaal per dag als ontlasting uit het lichaam verwijderd. Dit proces wordt defecatie genoemd.

99 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Maagzuur

Maagzuur is een spijsverteringssap dat in de maag gevormd wordt. Het bevat onder andere zoutzuur. De pH van maagzuur varieert tussen 1,35 en 3,50. Maagzuur maakt deel uit van maagsap en het wordt gemaakt door cellen in het slijmvlies van de maagwand die maagwandklieren worden genoemd.
Maagzuur heeft een aantal functies:
De maagwand is beschermd tegen het zuur dankzij de slijmlaag of mucus, wat niet geldt voor andere lichaamsoppervlakken (zoals de slokdarm/oesofagus). Dit verklaart het branderige onprettige gevoel in de keel na overgeven en in geval van reflux, het terugkomen van de maaginhoud in de slokdarm. Dat wordt ook wel brandend maagzuur genoemd.
De zure maaginhoud wordt bij aankomst in de twaalfvingerige darm geneutraliseerd met natriumwaterstofcarbonaat dat in grote hoeveelheden wordt geproduceerd door de alvleesklier.
Brandend maagzuur en zure oprispingen komen vaak voor. In de maag kan het maagzuur geen kwaad. De maag heeft als beschermingsmechanisme tegen zuur een hoge slijmproductie met een hoge pH door bicarbonaat, zodat het zuur geneutraliseerd wordt en niet snel kan inwerken op de maagwand. Andere mechanismen zijn snelle regeneratie van epitheelcellen, een goede doorbloeding om deze regeneratie te bewerkstelligen, om H3O+ af te voeren, en de werking van prostaglandines die de doorbloeding handhaven. Een disbalans tussen bescherming en zuurproductie kan hier tot klachten leiden, bijvoorbeeld bij gastritis in aanwezigheid van Helicobacter pylori. Hierdoor kan het zuur samen met pepsine, afkomstig van door H3O+ omgezet pepsinogeen, inwerken op de maagwand, met pijn als gevolg. Er is maar een dag herstel nodig omdat het een afwisselende vorm van maagzuur is. Om opkomend maagzuur te voorkomen is het verstandig om kort na de maaltijd niet voorover te buigen, of horizontaal te gaan liggen, maar nog een tijdje te blijven zitten of staan. Als de klachten ’s nachts optreden, kan het helpen om het hoofdeinde van het bed hoger te plaatsen. Langdurig bukken, bijvoorbeeld bij tuinieren of schoonmaken, kan beter vermeden worden door dit gehurkt te doen.
De slokdarm en het duodenum hebben al deze mechanismen niet en het zuur tast hier slijmwand sneller aan, waardoor deze geïrriteerd en ontstoken kan raken. Het zuur komt in de slokdarm als de sfincter, de sluitspier tussen maag en slokdarm minder goed functioneert en niet kan voorkomen dat de inhoud van de maag terugkomt in de slokdarm (lat: reflux, “terugstroom”). Een hernia aan het middenrif waarbij de maag gedeeltelijk boven het middenrif komt te liggen waardoor de sfincter open blijft staan of als het voedsel te lang in de maag blijft, bijvoorbeeld bij te vet voedsel, kan meer oprispingen veroorzaken.
De klachten die hierbij ontstaan zijn een schrijnend, brandend, soms ook wel drukkend en knijpend gevoel achter het borstbeen, die kan uitstralen naar de rug tussen de schouderbladen, en soms zelfs hoestklachten of een ‘brok in de keel’ doordat het zuur tot aan de keel komt. De klachten zullen eerst kort zijn, maar naarmate de slokdarm vaker en langer in contact komt met het zuur zullen de klachten heviger worden.
De klachten treden vooral op na een maaltijd, ‘s nachts liggend in bed, bij voorover bukken, persen, verstopping of knellende kleding. Bij zwangerschap en overgewicht is de druk in de buik hoger en dit kan dus ook resulteren in zuurbranden. Andere beïnvloedende factoren zijn verkeerde, vettige voeding, waardoor de maag langer vol blijft en constipatie veroorzaakt kan worden, en minder functioneren van de sfincter door inname van koffie, roken (nicotine), chocolade en alcohol.
De maagzuurproductie is de belangrijkste oorzaak van deze klachten. Zonder zuur zouden er immers ook geen klachten zijn. Pariëtale cellen in de maagwand zorgen ervoor dat zoutzuur het lumen in getransporteerd wordt. Via een protonpomp met H+/K+ATPase-activiteit wordt H+ actief het lumen in getransporteerd door uitwisseling met K+. Dit zuur komt van CO2 dat vanuit het bloed de cel intreedt. Het ontstane HCO3 wordt weer het plasma in getransporteerd, uitgewisseld tegen Cl. Cl gaat met H+ mee via CFTR, een eiwit dat chloride transporteert. De secretie van HCl wordt direct gestimuleerd door gastrine, dat in het bloed afgescheiden wordt door G-cellen naar aanleiding van voedsel in de maag. Dit bindt dan aan CCK-B receptoren op pariëtale cellen waarna HCl vrijkomt. Ook is er indirecte stimulatie. Dan bindt gastrine op de CCK-B receptoren op de ECL-cellen waardoor histamine vrijkomt. Histamine bindt op zijn beurt weer aan H2-receptors op pariëtale cellen via cAMP. Daarnaast stimuleert acetylcholine de pariëtale cellen en GRP de G-cellen via parasympathische zenuwvezels. Adrenerge vezels remmen de zuursecretie. Andere remmende factoren zijn de zuurtegraad in de maag zelf en somatostatine.

101 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Maagslijmvlies

Het maagslijmvlies, ook wel mucosa genoemd, is een laag goed doorbloed weefsel -dat veel slijm produceert- in de maag. Dit slijm dient als bescherming van de maagwand tegen het maagzuur en bacteriën.
Vooral bij medicijngebruik (onder andere pijnstillers en bijnierschorshormonen) kan deze slijmproductie nadelig beïnvloed worden. Dit kan een maagzweer of maagbloeding als gevolg hebben.
Maagslijmvlies
tunica mucosa gastris
Stomach
Stomach
Gray1053.png
Naslagwerken
Gray’s Anatomy 247,1166
Dorlands/Elsevier t_22/12831946
Portaal  Portaalicoon Biologie

93 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Gemmo therapie

Aandoening:
Medische naam:
Symptomen:
Gemmo preparaten
Gemmo preparaten
Gemmo therapie wordt ingezet tegen aandoeningen met behulp van plantextracten die geschikt zijn voor het behandelen van verschillende ziektes.

148 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Etherische olieën

Aandoening:
Medische naam:
Symptomen:
Etherische olieën
Etherische olieën
Gebruik de etherische olie voor de behandeling van een enorm aantal aandoeningen van het menselijk lichaam. Deze vorm van therapie wordt gebruikt in Nederland en ook in verder Europa.
Etherische olie, vluchtige of aromatische olie is een uit plantmateriaal gewonnen mengsel van vluchtige, aromatische moleculen dat kenmerkend is voor de geur van de plant waaruit ze worden gewonnen. Hoewel dergelijke mengsels “olie” worden genoemd, bevatten etherische oliën geen vet. Ze zijn vloeibaar op kamertemperatuur, maar verdampen al snel bij verhitting en ontbranden gemakkelijk.
Ze worden gewonnen uit verschillende delen van een plant, bijvoorbeeld de bloesem, de vrucht, het zaad, de bladeren, de schil, de schors of het hout (van stam, takken of wortels). Meestal bevat een plant niet meer dan 1% etherische olie, maar in geval van nootmuskaat en kruidnagel is dat meer dan 10% etherische olie. Soms bevatten verschillende delen van een plant verschillende vluchtige oliën.
Slechts een klein deel (circa 10%) van het plantenrijk is in staat deze aromatische bestanddelen te produceren. Etherische olie wordt vooral geproduceerd uit leden van de volgende plantenfamilies: schermbloemenfamilie (Apiaceae), composietenfamilie (Asteraceae), Burseraceae, cipresfamilie (Cupressaceae), lipbloemenfamilie (Lamiaceae), mirtefamilie (Myrtaceae) en wijnruitfamilie (Rutaceae). Voornaamste inhoudsstoffen van etherische oliën zijn monoterpenen en cyclische koolwaterstoffen, evenals hun alcoholische, aldehyde of ester-afgeleiden.
Sommige soorten vluchtige olie zijn vrij duur, doordat soms veel planten nodig zijn om een kleine hoeveelheid olie te produceren. Een goedkope olie is bijvoorbeeld sinaasappelolie, omdat de schillen van sinaasappels een afvalproduct van de sapindustrie zijn. Duur is bijvoorbeeld rozenolie, omdat er veel speciaal voor de olie gekweekte rozen nodig zijn om vluchtige olie te produceren. Parfumolie is goedkoper, maar is ook minder sterk. Parfumoliën worden chemisch samengesteld en zijn bedoeld om een geur kunstmatig na te bootsen.

Inhoud

 [verbergen

Naamgeving[bewerken]
Het woord etherisch komt van het Griekse aither. Letterlijk betekent aither lucht van de hemel. Met aither duidden de Grieken de onderste laag van de kosmos aan. Soms wordt het wel “aetherische oliën” gespeld. De etherische oliën zijn net als ether (di-ethylether) vluchtig en sterk geurend.
Etherische olie wordt soms essentiële olie genoemd. De aanduiding essentiële olie is een anglicisme en komt van het Engelse woord essence dat hier extract betekent. De term heeft hier echter niet direct iets te maken met de essentie, het wezen of aard van iets. De naam essentiële olie lijkt naar analogie van de term essentiële vetzuren, waarbij het gaat om voor het normaal functioneren van het lichaam noodzakelijke vetzuren.
Winning[bewerken]
Vluchtige olie wordt op verschillende manieren gewonnen. De meeste vluchtige olie wordt gewonnen door middel van stoomdestillatie. Hierbij wordt stoom door de te verwerken plantendelen geleid. De vluchtige olie vervliegt met de stoom. Nadat de stoom is afgekoeld tot water, en ook de vluchtige olie weer vloeibaar is geworden, kan de vluchtige olie hiervan worden gescheiden door het verschil in polariteit tussen de olie en het water.
Een methode die bij citrusvruchten gebruikt wordt is de persing. De oliehoudende schil van de plant wordt uitgeperst en de olie komt tevoorschijn.
Uit enkele soorten hout wordt vluchtige olie gewonnen door droge destillatie. Hierbij wordt de vaste stof voorzichtig verwarmd, waarbij de vluchtige olie verdampt. Deze damp wordt vervolgens gecondenseerd. Voorbeelden hiervan zijn cadeolie, dat door droge destillatie van jeneverbeshout wordt gemaakt en guaiacolie die gemaakt wordt van guaiachout (Bulnesia sarmientoi).
Andere methodes zijn:
  • vloeistofextractie, maar strikt genomen ontstaat dan geen vluchtige olie, maar een extract, absolue of concrète
  • waterdestillatie, hierbij worden de te extraheren delen in water gekookt en wordt de olie van de hierbij ontwijkende damp opgevangen. Dit is gebruikelijk bij bijvoorbeeld kruidnagelolie.
  • enfleurage, hierbij ontstaat eigenlijk een pommade in plaats van een vluchtige olie. Deze methode wordt niet of nauwelijks meer toegepast vanwege de hoge kosten.
Synthetische plantaroma’s[bewerken]
Vanwege de hoge prijzen van uit planten gewonnen etherische oliën, worden ook natuuridentieke oliën geproduceerd die via chemische synthese verkregen stoffen bevatten. De grote complexiteit van het mengsel stoffen in een uit plantmateriaal afkomstige etherische olie is echter zeer moeilijk na te maken. Synthetische plantaroma’s worden vooral in de parfum-, cosmetische en voedselindustrie gebruikt.
Gebruik[bewerken]
Vluchtige olie wordt op verschillende manieren gebruikt:
Als smaakstof
Vele levensmiddelaroma’s zijn geheel of gedeeltelijk opgebouwd uit vluchtige olie. Voorbeelden zijn sinaasappelolie voor sinas en andere limonades. Pepermuntolie voor snoepgoed en kruidnagelolie in soepen en sauzen.
Als geurstof
In cosmetica, schoonmaakmiddelen, wasmiddel, massageolie en luchtverfrissers worden veel vluchtige oliën gebruikt. Een geurstof voor gebruik in cosmetica bestaat gemiddeld voor 8% uit vluchtige olie. Daarnaast wordt vluchtige olie onvermengd of vermengd gebruikt als te verdampen geurstof in een aromabrander, in de sauna of een stoombad. Vluchtige olie om te verdampen op een aromabrander of aromasteen zijn 2 tot 3 druppels voldoende.
Als alternatief geneesmiddel
Er zijn een paar honderd soorten vluchtige oliën die gebruikt worden voor hun al dan niet vermeende geneeskrachtige werking. Met name in de aromatherapie -die helemaal gebaseerd is op het gebruik van vluchtige olie- maar ook daarbuiten.
Als conserveermiddel
Sommige vluchtige oliën hebben een conserverende werking, bijvoorbeeld wintergreenolie.
Als industriële grondstof
Sommige vluchtige oliën bevatten een groot gehalte aan een bepaalde stof, zodat het loont om deze daaruit te winnen. Zo wordt eugenol, een grondstof voor vanilline, uit kruidnagelolie gewonnen. Limoneen, dat als verfafbijtmiddel wordt gebruikt, wordt uit sinaasappelolie gewonnen.
Wetgeving[bewerken]
Etherische oliën vallen op een enkele uitzondering na onder de Warenwet. De uitzondering is een gestandaardiseerde etherische lavendelolie die in Duitsland is geregistreerd als geneesmiddel bij gegeneraliseerde angststoornis (Lasea).
In Nederland is er geen specifieke wetgeving rondom etherische oliën, anders dan de warenwettelijke eis dat een product veilig moet zijn. Voor wat betreft contaminanten en restanten van bestrijdingsmiddelen zijn er dan ook grote kwaliteitsverschillen tussen producten op de markt. Onder de noemer ‘etherische olie’ zijn zowel parfumoliën met synthetische ingrediënten op de markt, evenals vervuilde en slecht gecontroleerde olie evenals etherische olie die medicinaal inzetbaar is. De franse overheidsorganisatie voor regelgeving (Association Française de Normalisation, AFNOR) heeft samen met de ISO (International Organisation for Standardization) normen opgesteld voor verpakking, opslag en etikettering van vluchtige oliën. Op het etiket van in Frankrijk geproduceerde oliën kan men de afkortingen HECT (Huile Essentielle Chémo Typée) en HEBBD (Huile Essentielle Botaniquement et Biochimiquement Definié) vinden, wat echter geen wettelijke betekenis heeft.
Soorten[bewerken]
Er zijn vele honderden soorten vluchtige oliën, bekende voorbeelden zijn:

127 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Luchtweg

Luchtweg

Behandeling luchtweg

Het behandelen van luchtweg kan door middel van een aantal planten. Deze planten zijn geschikt voor het behandelen van luchtwegproblemen. De planten zijn verkrijgbaar in de webwinkel.

Enkele voorbeelden:

  • Abies alba
  • Drosera rotundifolia
  • Liquidambar orientalis

Abies alba

De soort is ingezet tegen de behandeling van luchtwegproblemen. Deze soort is ook verkrijgbaar in de webwinkel.

Drosera rotundifolia

Deze soort werd ingezet voor de behandeling van luchtwegproblemen. De soort wordt ook verkocht in de webwinkel.

Liquidambar orientalis

Deze soort werd ingezet voor de behandeling van luchtwegproblemen. De soort wordt ook verkocht in de webwinkel.

150 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Koorts

Koorts

Behandeling koorts

Het behandelen van koorts kan door middel van een aantal planten. Deze planten zijn geschikt voor het behandelen van koorts. De planten zijn verkrijgbaar in de webwinkel.

Enkele voorbeelden:

  • Mentha x rotundifolia
  • Morus alba
  • Pogostemon cablin

Mentha x rotundifolia

De soort is ingezet tegen de behandeling van hoest. Deze soort is ook verkrijgbaar in de webwinkel.

Morus alba

Deze soort werd ingezet voor de behandeling van hoest. De soort wordt ook verkocht in de webwinkel.

Pogostemon cablin

Deze soort werd ingezet tijdens de behandeling van koorts. Deze soort is ook verkrijgbaar in de webwinkel.

168 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Hoest

Hoest

Behandeling hoest

Het behandelen van hoest kan door middel van een aantal planten. Deze planten zijn geschikt voor het behandelen van hoest. De planten zijn verkrijgbaar in de webwinkel.

Enkele voorbeelden:

  • Leucanthenum vulgare
  • Lobaria pulmonaria
  • Trifolium arvense

Leucanthenum vulgare

De soort is ingezet tegen de behandeling van hoestproblemen. Deze soort is ook verkrijgbaar in de webwinkel.

Lobaria pulmonaria

Deze soort werd ingezet voor de behandeling van hoestproblemen. De soort wordt ook verkocht in de webwinkel.

Trifolium arvense

Deze soort werd ingezet voor de behandeling van hoestproblemen. De soort wordt ook verkocht in de webwinkel.

140 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Ademhalingsproblemen

Ademhalingsproblemen

Behandeling ademhalingsproblemen

Het behandelen van ademhalingsproblemen kan door middel van een aantal planten. Deze planten zijn geschikt voor het behandelen van ademmhalingsproblemen. De planten zijn verkrijgbaar in de webwinkel.

Arum macculatum

De soort is ingezet tegen de behandeling van ademhalingsproblemen. Deze soort is ook verkrijgbaar in de webwinkel.

Abutilon indicum

Deze soort werd ingezet voor de behandeling van ademhalingsproblemen. De soort wordt ook verkocht in de webwinkel.

Cedrus atlantica

Deze soort werd ingezet tijdens de behandeling van ademhalingsproblemen. Deze soort is ook verkrijgbaar in de webwinkel.

994 totaal aantal vertoningen, 11 aantal vertoningen vandaag

Kanker

Aandoening:
Medische naam:
Symptomen:
Kanker
Kanker
  • verhoogde hormoonproductie;
  • hersen-, zenuw- en/of spierafwijkingen;
  • bloed en stollingsafwijkingen;
  • huidafwijkingen;
  • koorts (tumorkoorts);
  • cachexie (vermagering), anorexie (verminderde eetlust)

 

Alisma plantago aquatica
Aloë
Brucea javanica
Canabis sativa
Capsella bursa-pastoris
Cassia torra
Cimifuga
Cinnamomum cassia
Corydalis
Daphne genkwa
Lycium chinense
Polygonum
Prunus
Rauwolfia
Rheum
Salvia
Stephania tetandra
Taraxacum officinale
Vraag een natuur therapeut of een dokter voor behandeling met één van deze planten. Er zijn meerdere therapieën beschikbaar in Nederland.
Kanker (Latijn: neoplasma malignum) is een aandoening die gekenmerkt wordt door de volgende verschijnselen:
  • er zijn cellen die zich onbeheerst vermenigvuldigen en dit blijven doen;
  • de woekerende cellen breiden zich uit in omliggend weefsel en richten hier schade aan (invasieve groei of infiltratie);
  • de woekerende cellen verspreiden zich ook naar ver weg gelegen plaatsen in het lichaam (metastasering ofwel uitzaaiing). Dit geschiedt via de lymfevaten (lymfogene metastasering), via het bloed (hematogene metastasering) en in aanwezige lichaamsholten (bijvoorbeeld buikholte).
Nagenoeg alle medische specialismen houden zich bezig met kanker, maar met name specialisten in de oncologie en radiotherapie hebben zich gespecialiseerd in de behandeling van kanker. In 2008 was kanker in Nederland voor het eerst de belangrijkste doodsoorzaak.
Etymologie
Het woord “kanker” is afgeleid van het Latijnse woord “karkinos”, dat oorspronkelijk “krab” betekent.[1] De ziekte heet in het Duits ook nog altijd “Krebs”. De aanduiding werd voor het eerst gebruikt door Hippocrates rond 400 voor Christus. Een tumor deed hem denken aan een in het grand ingegraven krab, met zijn poten om zich heen. Overigens gebruikte Hippocrates de term niet alleen voor kanker, maar voor elk mogelijk gezwel.[1]
Betekenis
Kanker is een aandoening die wordt gekenmerkt door de onbeheerste groei van weefsels door een aanhoudende celdeling. Gezonde cellen in het lichaam delen (prolifereren) enkel wanneer dat nodig is zoals wanneer bepaalde organen aan vernieuwing of herstelling toe zijn. Tijdens deze celproliferatie krijgen de cellen ook een specifieke vorm en grootte, afhankelijk van hun functie, wat we kennen als celdifferentiatie. Deze deling en differentiatie staat onder invloed van verschillende factoren: de uitwendige factoren (hormonen, chemische stoffen, virussen, …) en de inwendige signalen (eiwitten die ontstaan onder invloed van specifieke regelgenen binnen de cel). Beide typen factoren kunnen zowel een stimulerende of een remmende invloed op de celdeling uitoefenen. In het geval van de inwendige signalen spreken we van cellulaire groeifactoren of groeiremmers.
Wanneer één of meerdere cellen ontsnappen aan deze regulerende mechanismen kan daaruit een lokaal gezwel of tumor ontstaan. Bij de ontregeling van het complexe samenspel van groeibevorderende en groeiremmende factoren in het voordeel van de groeistimulatie kan er celwoekering optreden. De delende cellen (nieuwgroei of neoplasie) hebben vaak hun normale vorm en functie verloren. We spreken pas echt van een kanker in het geval van de kwaadaardige (of maligne) tumoren. Deze zijn, in tegenstelling tot goedaardige (of benigne) tumoren, in staat om het orgaan waarin ze zijn ontstaan te vernietigen en niet enkel te beschadigen. Bovendien kunnen ze zich verspreiden: door een invasie van de omgeving kunnen ze uitgroeien tot in het omringende weefsel. Eventueel kunnen ze zich ook uitzaaien via de bloed- en lymfestroom en zo in andere organen terechtkomen.
Epidemiologie
In Nederland werden in 2016 volgens de Nederlandse kankerregistratie ruim 108.400 gevallen van kanker vastgesteld. Er stierven in 2014 43.214 mensen aan kanker.
In België kregen in 2013 65.487 mensen kanker[2], 34.542 bij mannen (53%) en 30.945 bij vrouwen (47%). Het risico om te overlijden aan kanker daalt jaar na jaar, en mensen met kanker overleven ook langer.
Kankersoorten die bij kinderen en jongeren het meest frequent voorkomen zijn leukemie, lymfomen en hersentumoren. Andere soorten zijn:
Pathofysiologie en oorzaken
Oorzaken van mutaties
Centraal in het ontstaan van kanker staan defecten in het DNA door mutaties. Ze kunnen aanvankelijk ontstaan door erfelijke aanleg of verwerving.[3]
Erfelijke mutaties. Er zijn mutaties bekend die overgeërfd kunnen worden en een sterk verhoogd risico geven op het ontstaan van kanker. In dit verband wordt ook wel gesproken over erfelijke kanker. Voorbeelden hiervan zijn het BRCA1-gen en het BRCA2-gen. Vrouwen die door overerving een dergelijke mutatie hebben, hebben een sterk verhoogd risico op het krijgen van borstkanker of ovariumcarcinoom.
Infecties. Verschillende ziekteverwekkers worden in verband gebracht met het ontstaan van bepaalde typen kanker.[4] Enkele voorbeelden hiervan zijn:
Fysische factoren. Ultravioletstraling en ioniserende straling kunnen mutaties en dus kanker veroorzaken.
Chemische stoffen. Van verschillende chemische stoffen is bekend dat ze kanker kunnen veroorzaken (carcinogenen). Voorbeelden zijn:
Van mutatie naar kanker
Om daadwerkelijk kanker te krijgen moeten de mutaties optreden in genen die betrokken zijn bij het reguleren van de celdeling. De volgende genen zijn met name van belang:
Kanker treedt pas op wanneer in een aantal van de bovengenoemde genen mutaties zijn opgetreden. Verder is het zo dat met iedere mutatie de kans op nieuwe mutaties steeds verder toeneemt. Mutaties in proto-oncogenen en tumorsuppressorgenen maken het mogelijk dat cellen ongebreideld kunnen delen. Bij iedere deling is er altijd (ook bij gezonde cellen) een kans op mutaties. Dat mutaties in DNA-repair genen de kans op nieuwe mutaties verhoogt, spreekt voor zich. Dankzij onderdrukking van de apoptose wordt de cel niet vernietigd.
Bij de ontwikkeling van kanker blijft het echter niet bij mutaties in de bovengenoemde genen. Naarmate het kankerproces voortschrijdt, zullen er ook mutaties optreden waardoor:
  • nieuwe bloedvaten aangelegd kunnen worden naar de tumor in ontwikkeling (angiogenese);
  • de ontaarde cellen het omliggende weefsel binnen kunnen dringen (invasie);
  • de ontaarde cellen zich los kunnen maken uit hun omgeving en kunnen terechtkomen in andere plaatsen in het lichaam waar ze verder uitgroeien tot een tumor (metastasering);
  • de ontaarde cellen ‘onsterfelijk’ worden; normaal gesproken kan een cel niet vaker dan ongeveer 60 maal delen (Hayflick-limiet), kankercellen kennen deze limiet niet.
Indien de ontaarde cellen uiteindelijk voldoen aan de kenmerken van kanker (ongebreideld kunnen delen, infiltreren in de omgeving en kunnen metastaseren), is er sprake van kanker. Kankercellen zullen zich dan ook niet of nauwelijks nog met hun oorspronkelijke functie bezighouden, maar al hun energie aanwenden om te kunnen delen.
Proto-oncogenen
Proto-oncogenen zijn gewoonlijk betrokken bij stimuleren van normale celdelingen, ze zijn groeibevorderende genen en zijn verantwoordelijk voor de groei en deling van cellen. Wanneer nodig kunnen ze organen of weefsel in omvang doen toenemen door het stimuleren van de celdeling, dit is gekend als hypertrofie. Een goed voorbeeld hiervan is het trainingseffect waarbij na training de spieren dikker en sterker worden. Wanneer deze uitwendige prikkel wegvalt, kan dit ook het omgekeerde effect, antrofie, veroorzaken waarbij de spieren in massa afnemen. Indien een mutatie optreedt in een proto-oncogen verwordt deze tot een onco-gen. Een onco-gen zet de cel aan tot overmatige deling of zelfs onbeperkte groei.
Normale functies van proto-oncogenen
  • Groeistimulerende factoren
  • Celmembraan receptoren
  • Intracellulaire groeisignalen
  • Celdelingsstimulatoren
Proto-oncogenen kunnen echter ook door mutatie aanleiding geven tot de groei van een kankergezwel. De meest voorkomende mutatie zijn de oncogenen, dit zijn de door mutatie overactieve proto-oncogenen die bijgevolg een teveel aan cellen gaan aanmaken wat kan ontaarden in een tumor. Er zijn verschillende soorten mutaties mogelijk, allereerst is er de puntmutatie zoals gezien bij de tumorsuppressorgenen. Bij amplificatie worden er één of meerdere kopieën van het gen genomen. Hierdoor ontstaat er een teveel aan groeibevorderende genen die het evenwicht met de tumorsuppressorgenen uit balans brengen. Een andere mogelijkheid is die van de chromosoomtranslocatie. Bij deze reciproque of wederzijdse translocatie komt het proto-oncogen op een andere plaats of eventueel op een ander chromosoom te liggen. Hierdoor wordt het gen onttrokken aan de invloed van zijn normaal regulerende genen. Het gen kan bijvoorbeeld terechtkomen naast een gebied waar regulerende DNA-sequenties liggen die zijn expressie juist sterk doen toenemen zoals het geval is bij het burkittlymfoom en chronische myeloïde leukemie. Door de samensmelting tussen verschillende genen kan er ook fusiegen ontstaan zoals het Piladelphia-chromosoom dat zich als actief en gevaarlijk oncogen gaat gedragen. In het geval van de proto-oncogenen volstaat slechts één mutatie om een kankergezwel te ontwikkelen.
Tumorsuppressorgenen
Deze genen zorgen er gewoonlijk voor dat cellen niet ongebreideld door kunnen gaan met delen. Wanneer in tumorsuppressorgenen een mutatie optreedt kan de regulering op de deling van de cel verdwijnen. Zodoende kan de cel ongestoord verdergaan met delen. Naast mutaties kunnen tumorsuppressorgenen ook op andere manieren uitgeschakeld worden. Sommige genen kunnen ook uitgeschakeld worden door hyper-methylering van de promotor-regio van het gen.
Apoptose-genen
Wanneer een cel niet meer op normale wijze functioneert, treedt er een ‘zelfvernietigingsmechanisme’ in werking waardoor de cel te gronde gaat. Bij kanker zijn de genen die daarvoor zorgen vaak uitgeschakeld.
DNA-repairgenen
Lichaamscellen hebben de beschikking over een DNA-herstelsysteem. Hiermee kunnen afwijkingen in het DNA hersteld worden. Wanneer er een mutatie optreedt in een DNA-herstelgen worden fouten in het DNA niet meer voldoende hersteld. Daardoor kunnen er steeds meer defecten ontstaan in het DNA.
Chemische invloeden
Sommige chemicaliën zouden betrokken zijn voor 80 – 90% van alle kankergevallen die bij mensen voorkomen. De chemicaliën werken dan mutageen wat wil zeggen dat ze nieuwe mutaties kunnen opwekken. Dat gebeurt in de chromosomen, genomen maar ook in de genen kunnen ze de mutatiefrequentie opdrijven. Let wel op dat niet alle mutaties kanker opwekken, factoren die met zekerheid kanker kunnen genereren noemen we carcinogenen. Alle carcinogeen is dus mutageen maar niet omgekeerd.
De reden voor de grote betrokkenheid van chemicaliën is dat ze gemakkelijk een verbinding aangaan met DNA. Mutagene chemicaliën worden daarom ook wel elektrofiele stoffen genoemd. We maken een onderscheid tussen reeds actief mutagene stoffen en promutagenen of stoffen die pas mutageen worden onder invloed van bepaalde enzymen in het lichaam.
Er zijn reeds een hele reeks carcinogenen opgespoord, onder andere verbrand en gefrituurd voedsel, bacteriën, schimmels en medicamenten hebben kankerverwekkende effecten. Dat laatste kunnen we verklaren doordat voornamelijk hormonen kankerstimulerend kunnen werken, bijvoorbeeld het deshormoon (di-ethylstilbestrol), een derivaat van oestrogeen, bleek vaginale kanker te doen ontstaan. Maar geslachtshormonen veroorzaken niet altijd zelf mutaties, ze gedragen zich vaak als kankerpromotoren en stimuleren bestaande kankercellen in hun ontwikkeling. Naast kankerpromotoren kent men ook co-mutagenen die wel op een rechtstreekse manier het mutageen bevordert. Alcohol is zo’n stof en kan onder invloed van bepaalde carcinogeen het ontstaan van leverkanker in de hand werken.
Straling
Ook fysische factoren zoals straling met een grote energie-inhoud kunnen kanker veroorzaken. Deze stralen met korte golflengte kennen we als ioniserende stralen, omdat ze de moleculen waarop ze vallen elektrisch kunnen laden. Dit heeft tot gevolg dat het DNA beschadigd kan raken en vervolgens ook mutaties voortbrengt. Voorbeelden van ioniserende stralen zijn X-stralen (röntgenfoto’s), gammastralen (atoombom) en kosmische stralen (heelal), deze kunnen zelfs in dieper gelegen weefsel mutaties op niveau van lichaamscellen (somamutatie) en erfelijke mutaties teweegbrengen. De straling kan ook rechtstreeks de kans op kanker doen toenemen doordat ze de proto-oncogenen in het lichaam activeert. Het effect van zo’n straling hangt niet alleen van de intensiteit maar ook van de opnamesnelheid af. Bij laag geconcentreerde en gedoseerde straling kan ons lichaam beschadigde cellen nog herstellen, pas bij intensieve blootstelling is er een sterk verhoogd risico op.
Ook zonlicht bevat straling, de uv-stralen zijn echter niet-ioniserend, maar kunnen toch lichaamsdelen beschadigen. Enerzijds door brandwonden te veroorzaken, maar ze kunnen ook de kans op huidkanker aanzienlijk maken.
Andere mogelijkheden
Maar het hoeven niet altijd mutaties te zijn die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van kankers, ook uitwendige factoren zijn in staat de groeiregeling van cellen te beïnvloeden. Virussen zijn in staat om bij dieren en planten rechtstreeks of onrechtstreeks kanker te doen ontstaan. RNA-retrovirussen bevatten virale oncogenen die door reverse transcriptie worden omgezet in een DNA-kopie. De oncogenen in het virus waren ooit proto-oncogenen, gestolen uit het DNA van cellen die ze ooit besmet zouden hebben, en door de virale enhancers of kleine mutaties veel actiever zijn geworden en omgevormd tot oncogenen. Dit kan vervolgens in het DNA van de cel worden ingevoegd en kan zo bij planten rechtstreeks kanker teweegbrengen.
Virussen kunnen ook onrechtstreeks kanker veroorzaken: het humaan T-cel lymfotroop virus 1 (HTLV1) veroorzaakt een vorm van leukemie maar bevat zelf geen oncogenen. Het oefent zijn groeibevorderende invloed uit via een gen dat andere genen die onder andere instaan voor de productie van groeifactoren gaat activeren. Het kan nog indirecter door bijvoorbeeld het in de war sturen van de productie van normale regulerende eiwitten. Dit bewijst dat een virus op zich vaak maar één schakel is in een reeks factoren.
Pathologie
Er zijn vijf soorten maligne tumoren:
Klachten
  • Er ontstaan gezwellen (tumoren). Hoewel het woord ‘tumor’ voor patiënten vaak een angstige bijklank heeft betekent het niet meer of minder dan ‘zwelling’. Een tumor kan zowel goed- als kwaadaardig zijn. Een goedaardige tumor wordt ook wel benigne genoemd, een kwaadaardige maligne. Bij kanker is er sprake van maligne tumoren.
  • Kankerweefsel geneest niet goed en gaat makkelijk bloeden. Bloedverlies (b.v. bij ontlasting, urine, uit de tepel of bij hoesten) is een van de belangrijke vroege waarschuwingssymptomen.
  • De gezwellen drukken op andere structuren en belemmeren daarvan de werking. Bij de darm kan bv. passage van voedsel onmogelijk worden; bij het ruggenmerg kunnen verlammingen ontstaan; in botten kunnen breuken optreden; bij zenuwen kan pijn ontstaan; in het hoofd ontstaan er ook andere neurologische problemen zoals epilepsie. Als het beenmerg door tumorweefsel wordt vervangen ontstaan ernstige bloedarmoede en stollingsstoornissen.
  • Kanker veroorzaakt vaak verandering van de stofwisseling en regulatie daarvan (paraneoplastische syndromen), waaronder:
    • verhoogde hormoonproductie;
    • hersen-, zenuw- en/of spierafwijkingen;
    • bloed en stollingsafwijkingen;
    • huidafwijkingen;
    • koorts (tumorkoorts);
    • cachexie (vermagering), anorexie (verminderde eetlust).
Diagnostiek
Binnen de oncologie spelen beeldvormende onderzoeken een prominente rol. Belangrijke beeldvormende onderzoeken zijn:
Naast beeldvormend onderzoek zal er ook altijd pathologisch onderzoek nodig zijn. Hierbij kan gekeken worden naar de kankercellen zelf (cytologie) en naar het verband tussen de kankercellen en de omgeving waarin ze liggen (histologie). Dit materiaal kan worden verkregen middels puncties met een naald of via operatieve verwijdering. Vaak wordt operatief gekeken hoe ver het kankerproces is uitgebreid in het lichaam (lymfeklieren en metastasen op afstand).
Uiteindelijk wordt op grond van de diagnostiek het te volgen beleid bepaald.
Medische behandeling
De behandeling van kanker kent twee mogelijke doelen:
  • curatie (genezing) indien mogelijk
  • palliatieve zorg (verzachten van de pijn en overige symptomen) als genezing niet meer mogelijk is
Binnen de oncologie bestaan de volgende behandelingsopties:
Afhankelijk van de gevoeligheid voor het type behandeling van de tumorcellen, en/of mogelijkheid om het totaal operatief te verwijderen, en/of aanwezigheid van metastasen, wordt een combinatie van verschillende typen behandelingstechnieken gebruikt. De verschillende methoden kunnen in het kader van zowel de curatie als palliatie gebruikt worden. Als er nog geen metastasen zijn, is het chirurgisch verwijderen van de tumor soms curatief. Bij te ver gevorderde kanker kan soms toch besloten worden tot chirurgie om bijvoorbeeld de pijn van de patiënt te verminderen.
Naast deze behandelingen zijn er ook nieuwe therapieën ontwikkeld, zoals gentherapie en immunotherapie. Deze experimentele behandelingen zijn vaak onderdeel van wetenschappelijk onderzoek. Immunotherapie is inmiddels dagelijkse praktijk; bekendste voorbeeld is de behandeling van borstkanker met trastuzumab (Herceptin).
Voorbeelden van succesvolle, op eiwitten gebaseerde middelen van het Amerikaanse bedrijf Genentech, zijn bevacizumab (Avastin) bij darmkanker, trastuzumab (Herceptin) bij borstkanker en rituximab (Mabthera) bij non-hodgkinlymfoom. Pfizer brengt het middel sunitinib (Sutent) bij nierkanker op de markt, en Bayer heeft sorafenib (Nexavar) bij nierkanker. Naast behandeling van het kankergezwel zelf, worden ook de symptomen zelf en bijwerkingen van de behandelingen behandeld door:
  • pijnstillers en medicamenten die het effect van de pijnstilling versterken;
  • medicamenten tegen misselijkheid, obstipatie en droge mond, vaak als remedie tegen bijwerkingen van opiaten als pijnstiller.
Preventie van kanker
Het risico op kanker kan belangrijk worden gereduceerd door een gezonde levensstijl. Niet roken, overgewicht vermijden, voldoende fruit en groente eten, en regelmatig bewegen zijn algemene aanbevelingen die niet alleen de kans op kanker, maar ook die op hart- en vaatziekten kunnen beperken. Dit betekent niet dat je geen kanker kan krijgen als je gezond leeft. Ook dan is het risico aanwezig door andere externe invloeden als luchtvervuiling en zonlicht. Genetische aanleg kan onafhankelijk van externe factoren tot kanker leiden.
Preventie bij erfelijke kanker
Bij de preventie van erfelijke vormen van kanker komt vaak veel om de hoek kijken. Indien er vormen van erfelijke kanker in de familie voorkomen kan besloten tot genetisch onderzoek bij personen indien deze dat wensen. In principe mag dit niet gebeuren voor de leeftijd van achttien jaar. Dit geldt echter niet voor erfelijke kankervormen waarbij op jonge leeftijd reeds veelvuldig onderzoek en soms zelfs preventieve behandeling nodig is. Een voorbeeld hiervan is de MEN2-mutatie. Bij dragers van deze mutatie wordt soms al op vijfjarige leeftijd de schildklier preventief verwijderd om schildklierkanker te voorkomen. Bekend zijn de mutaties in het BRCA1-gen en het BRCA2-gen. Mutaties in deze genen geven vrouwen een verhoogd risico op het krijgen van borstkanker en ook eierstokkanker. Het BRCA2-gen kan bij mannen ook borstkanker veroorzaken. Vrouwen die draagster zijn van een van de gemuteerde genen kunnen besluiten preventief hun borsten te verwijderen. Hierbij zal een zeer zorgvuldige overweging gemaakt moeten worden door de vrouwen zelf.
Preventie cervixkanker
Infectie met het humaan papillomavirus kan aanleiding geven tot het ontstaan van een voorstadium van kanker van cervix of vulva, cervixcarcinoom en genitale wratten. Vaccinatie tegen het humaan papilloma-virus, voorkomt meer dan 50% van deze aandoeningen. Deze middelen zijn bekend onder de namen Gardasil en Cervarix.
Onderzoekinstituten
Externe links
Overgenomen van “https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Kanker&oldid=50793258

143 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Reuma

Aandoening:
Medische naam:
Symptomen:
Reuma
Reuma
Koorts
  • Slapeloosheid
  • Slappe spieren
  • Pijn in de gewrichten
  • Moeilijk kunnen lopen
  • Opgezwollen en pijn in de gewrichten
Abies alba
Agrypyron repens
Ajuga chamaepitys
Aletris farinosa
Anagallis arvensis
Apocynum cannabinum
Aralia spinosa
Arctium tomentosum
Arnica montana
Brassica nigra
Buxus sempervirens
Cinnamomum camphora
Datura stramonium
Dryopteris-filix-mas
Gentiana macrophylla
Guaicum officinale
Iberis amara
Ilex paraguariensis
Kaempferia galanga
Kalmia latifolia
Larrea tridentata
Laurus nobilis
Ledum palustre
Lycopodium clavatum
Lysimachia nummularia
Melaleuca leucadendra
Oenothera biennis
Parietaria officinalis
Peganum harmala
Picea abies
Polymnia uvedalia
Populus tremuloides
Ranunculus sceleratus
Rhododendron aureum
Ribes nigrum
Rubus chamaemorus
Salicornia europaea
Saponaria officinalis
Sassafras albidum
Scopolia carniolica
Spergularia rubra
Syringa vulgaris
Tabebuia impetiginosa
Trifolium arvense
‘Reuma’, in de betekenis waarin huisartsen en specialisten (reumatologen) het woord gebruiken, is de verzamelnaam voor aandoeningen waarbij het lichaam een afweerreactie (immuunreactie) geeft tegen normaal, eigen lichaamsweefsel, resulterend in ontstekingen.
Verreweg de belangrijkste vorm van ‘reuma’ is reumatoïde artritis: daarbij richt de immuunreactie zich tegen de gewrichten en/of de omliggende peesscheden en slijmbeurzen, die dus ontstoken raken. Ongeveer 420.000 mensen in Nederland hebben reumatoïde artritis.[1]
Een veel minder vaak voorkomende vorm van reuma, waarbij dus ook sprake is van een auto-immuun-proces of -stoornis leidend tot ontstekingen, is bijvoorbeeld SLE (Systemische lupus erythematodes).
Reumafonds
De organisatie genaamd ‘Reumafonds’ houdt zich niet aan bovengenoemde, door de artsen in Nederland algemeen gehanteerde betekenis van ‘reuma’ maar hanteert een andere betekenis, namelijk: álle aandoeningen die men kan hebben aan het bewegingsapparaat (gewrichten en de omliggende pezen, gewrichtsbanden en spieren) uitgezonderd klachten ten gevolge van een ongeval.[2]
Onder die definitie vallen dus de patiënten met reumatoïde artritis (420.000 in Nederland), maar ook de patiënten met artrose (gewrichtsslijtage; 1,1 miljoen mensen) en die met fibromyalgie (diffuse pijn in spieren, banden, pezen en kapsel om gewrichten, doorgaans zonder ontsteking; 240.000 mensen in Nederland).[1]
Deze organisatie ‘Reumafonds’ zegt zich tot doel te stellen: “Te zorgen dat mensen niet meer getroffen kunnen worden door de persoonlijke rampspoed die reuma heet”.[3] Enkele van de ruim honderd aandoeningen die Reumafonds aldus schaart onder háár definitie van ‘reuma’, zijn dus:
en verder:

144 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag